ECLI:NL:RBDHA:2016:53
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als seizoenswerker in de bloembollenverpakking, werd sinds 1999 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na medische en arbeidsdeskundige onderzoeken in 2014 en 2015 heeft het UWV haar arbeidsongeschiktheidspercentage per 3 mei 2015 verlaagd naar 15 tot 25%. Eiseres betwistte deze verlaging en voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, twijfelde aan de deskundigheid van de psychiater, en stelde dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de medische onderzoeken, waaronder een psychiatrische expertise en meerdere verzekeringsartsbeoordelingen, zorgvuldig waren uitgevoerd en voldoende gegevens bevatten om de beperkingen van eiseres vast te stellen. De aanwezigheid van een tolk bij het psychiatrisch onderzoek en het ontbreken van tegenstrijdige medische stukken ondersteunden dit oordeel. Ook de arbeidsdeskundige had passende functies geduid die binnen de belastbaarheid van eiseres vielen.
De rechtbank concludeerde dat de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% terecht was en dat de geduide functies geschikt waren voor eiseres. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.