ECLI:NL:RBDHA:2016:5409
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gastvliegerschap inspecteur-vlieger door minister
Eiser, senior inspecteur-vlieger bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, maakte sinds 2007 gebruik van gastvliegerschap om zijn vliegvaardigheid te onderhouden. De minister besloot het gastvliegerschap per 1 januari 2015 te beëindigen, met als alternatief simulatortrainingen en inspectievluchten. Eiser stelde dat het gastvliegerschap een arbeidsvoorwaarde was en niet eenzijdig kon worden afgeschaft.
De rechtbank oordeelde dat het besluit een bestuursrechtelijk besluit met rechtsgevolg is en dat eiser terecht bezwaar maakte. Het beroep op het ne bis in idem-beginsel faalde omdat het eerdere besluit was ingetrokken. De rechtbank liet de kwalificatie van het gastvliegerschap als arbeidsvoorwaarde open, maar stelde dat de minister het gastvliegerschap mocht beëindigen mits dit niet in strijd was met rechtsbeginselen zoals rechtszekerheid en goed werkgeverschap.
De minister motiveerde het besluit met het belang van onafhankelijkheid, integriteit en efficiënte inzet van inspecteurs, en het bestaan van alternatieven via simulatortraining. De rechtbank vond deze motivering voldoende en oordeelde dat het gastvliegerschap niet strikt te scheiden is van het geldig houden van het vliegbewijs. Het nalaten van een hoorzitting werd niet als schending van belangen gezien omdat eiser in bezwaar en beroep ruimschoots zijn visie kon geven. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de inspecteur-vlieger tegen de beëindiging van het gastvliegerschap is ongegrond verklaard.