ECLI:NL:RBDHA:2016:5694
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deelgeschilverzoek wegens onvoldoende vaststaande feiten bij verkeersongeval
Op 23 augustus 2014 vond een verkeersongeval plaats op de A20 nabij Rotterdam tussen verzoekster, rijdend in een personenauto, en de heer A, rijdend in een vrachtwagen. Verzoekster stelde de verzekeraar van A aansprakelijk voor de schade, maar deze wees aansprakelijkheid af. Verzoekster verzocht de rechtbank in een deelgeschilprocedure om aansprakelijkheid vast te stellen en kosten toe te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke toedracht van het ongeval niet voldoende vaststond vanwege tegenstrijdige verklaringen van verzoekster en A. Verzoekster had onvoldoende bewijs geleverd om aan te tonen dat A haar voertuig had aangereden. Gezien het belang van een minnelijke regeling en de kosten van nadere bewijslevering, wees de rechtbank het verzoek af.
Desondanks werden de door verzoekster gemaakte kosten deels begroot, maar de veroordeling tot betaling van deze kosten aan verzoekster werd afgewezen omdat aansprakelijkheid niet was vastgesteld. De beschikking werd uitgesproken door mr. J.L.M. Luiten op 11 mei 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van aansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststaande feiten.