ECLI:NL:RBDHA:2016:5723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet aannemelijk doorlopend afwisselend gebruik bestelauto's voor loonbelasting
Eiseres, een uitzendbureau in industriële reiniging, stelde meerdere bestel- en personenauto's ter beschikking aan werknemers en paste in haar loonaangiften de regeling voor doorlopend afwisselend gebruik van bestelauto's toe. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen en vergrijpboetes op na een boekenonderzoek, waarbij de bijtelling privégebruik voor bestel- en personenauto's werd vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van doorlopend afwisselend gebruik van de bestelauto's zoals bedoeld in artikel 31, lid 1, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964. De rittenregistraties waren onvolledig en boden geen bewijs voor deze regeling. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalden eveneens.
Ten aanzien van de personenauto's concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende controleerde op het privégebruik en de rittenregistraties, waardoor de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd. De boetes van 25% werden passend geacht gezien de ernst en omstandigheden.
Verder werd geoordeeld dat eiseres recht heeft op een integrale kostenvergoeding voor de bezwaarfase, omdat het verzoek tijdig was en de uitspraken op bezwaar deze vergoeding ten onrechte impliciet hadden afgewezen. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Naheffingsaanslagen en vergrijpboetes zijn terecht opgelegd, maar eiseres krijgt een kostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend.