ECLI:NL:RBDHA:2016:574
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering leerlingenvervoer wegens niet gemelde structurele wijziging
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer tot gedeeltelijke terugvordering van de bekostiging van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2014-2015. De dochter van eiser volgt speciaal onderwijs en maakt gebruik van taxivervoer. Verweerder had vastgesteld dat eiser niet had gemeld dat zijn dochter structureel minder gebruik maakte van het toegekende vervoer, waardoor onterecht kosten in rekening waren gebracht.
De rechtbank stelde vast dat de dochter van eiser sinds augustus 2014 een wisselende verblijfplaats had en dat het vervoer daarop was aangepast. Na ontvangst van een bericht van de moeder dat de dochter het schooljaar bij eiser zou verblijven, werd het vervoer opnieuw aangepast. Echter bleek later dat de dochter om het weekend bij haar moeder verbleef, wat een structurele wijziging is die aan verweerder gemeld had moeten worden.
Eiser voerde aan dat de terugvordering niet proportioneel was en dat hij zelf een aantal ritten had bekostigd, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bedrag terugvorderde op grond van de verordening. De rechtbank concludeerde dat eiser wist of had moeten weten dat wijzigingen gemeld moesten worden en dat de berekening van de terugvordering juist was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van leerlingenvervoerkosten wordt ongegrond verklaard.