ECLI:NL:RBDHA:2016:5780
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek behandeling asielaanvraag in Nederland wegens Dublinverordening
Eiser heeft op 10 december 2015 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat uit Eurodac blijkt dat eiser op 23 november 2015 al een verzoek om internationale bescherming in Duitsland heeft ingediend. Duitsland heeft de verantwoordelijkheid voor de behandeling erkend volgens de Dublinverordening.
Eiser betwist dat hij in Duitsland een asielaanvraag heeft gedaan en voert aan dat hij gedwongen was vingerafdrukken af te staan zonder aanvraag, dat hij moslimhaat in Duitsland heeft ervaren en dat hij psychische klachten heeft die behandeling vereisen. De rechtbank volgt deze stellingen niet omdat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. De rechtbank overweegt dat eiser zich kan wenden tot Duitse autoriteiten en dat er geen bewijs is dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt of dat overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
Verweerder maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid om aanvragen in Nederland te behandelen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro, maar er zijn geen concrete aanwijzingen voor bijzondere omstandigheden of onevenredige hardheid. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.