ECLI:NL:RBDHA:2016:5834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag machtiging voorlopig verblijf in kader nareis wegens ontbreken novum
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende in 2011 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging in het kader van nareis. Deze aanvraag werd in 2012 afgewezen omdat niet aannemelijk was dat hij deel uitmaakte van het gezin van de referente ten tijde van haar vertrek uit Somalië in 2010. Dit besluit werd in 2013 vernietigd wegens gebrekkige motivering, maar de rechtsgevolgen bleven in stand omdat eiser sinds 2007 niet meer tot het gezin behoorde.
In 2015 diende eiser een nieuwe aanvraag in, beroepend op een beleidswijziging (WBV 2014/33) die een verruiming van het beleid voor meerderjarige nareizende kinderen inhield. Verweerder wees deze aanvraag af met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro, omdat het een herhaling betrof zonder nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen.
De rechtbank oordeelde dat de beleidswijziging geen novum vormt voor eiser, aangezien deze alleen ziet op kinderen die minderjarig waren bij vertrek van de hoofdpersoon, terwijl eiser meerderjarig was. Ook de omstandigheden van het uiteenvallen van het gezin door overmacht en het feit dat zijn zussen wel een mvv kregen, veranderden niets aan de situatie van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn herhaalde aanvraag mvv nareis wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen.