Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
TOKO MC B.V.,
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
1.De procedure
- de dagvaardingen van 17 maart 2015, met 103 producties;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] , met 14 producties;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] , met 4 producties;
- het tussenvonnis van 22 juli 2015, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- het proces-verbaal van comparitie van 14 december 2015 en de daarin genoemde correspondentie en producties 104 tot en met 116 van Toko.
2.De feiten
€ 200.000,- te investeren in het bouwkundig, elektronisch en installatiegereed maken van de Horecaruimte. MC is bereid dit bedrag voor te financieren. TokoMC b.v. verplicht in dat geval voornoemd bedrag aan MC terug te betalen gedurende een periode van 20 jaar, waarbij tevens 7% aan rente over het af te lossen bedrag gedurende de looptijd van de lening in rekening zal worden gebracht. […] De termijnen zullen maandelijks door MC bij TokoMC b.v. in rekening worden gebracht.
[…]
€ 1.000,=, dat tussen partijen vanaf 1 oktober 2013 geen verrekeningen meer zullen plaatsvinden en dat vanaf die datum onverkort onder meer alle periodieke betalingsverplichtingen uit de SWOK (huur, exploitatie en bruto winst) en exclusiviteit zullen worden nagekomen, dat het Stichting MC verboden is de door Toko geleverde horecadiensten op eigen naam te factureren en dat het aan Toko is de prijs van de te leveren horecadiensten te bepalen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 52.165,32 moest investeren, niet volgen.
Gebleken is dat het factureren na het kort geding een hele tijd goed is gegaan. Echter, zo blijkt uit de e-mailwisseling van 1 tot en met 10 april 2014 (productie 78), heeft Stichting MC met de facturen 2014-MC20, 2014-MC21 en 2014-MC22 horecadiensten van Toko op eigen naam gefactureerd. In zoverre is sprake van een handelen in strijd met de minnelijke regeling van november 2013. Gelet op de gevoeligheid van de materie verdient dit handelen van Stichting MC niet de schoonheidsprijs. De rechtbank maakt uit de e-mails evenwel op dat [gedaagde sub 1] , nadat Stichting MC door Toko werd aangesproken (op 1 april 2014), ervoor heeft gezorgd dat de bedragen op de drie facturen binnen een week werden doorbetaald aan Toko. Dat neemt niet weg dat daardoor bij Toko terecht (weer) wrevel is ontstaan.
Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad heeft als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, afbreken van de onderhandelingen moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen. Deze maatstaf is streng en noopt tot terughoudendheid.
5.160,=(2 punten × tarief € 2.580,=)
5.160,=(2 punten × tarief € 2.580,=)