ECLI:NL:RBDHA:2016:5933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als shopmanager, viel in januari 2011 uit wegens knie- en psychische klachten. Na toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering in 2013 en een ongewijzigde beoordeling in 2014, vroeg de werkgever in 2015 een herbeoordeling aan. Verweerder beëindigde daarop de WGA-uitkering per 5 februari 2016, omdat eiseres volgens medisch onderzoek geschikt werd geacht voor ander passend werk met een verdiencapaciteitsverlies van 34,3%, net onder de 35% grens.
Eiseres voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar lichamelijke en psychische beperkingen en dat ten onrechte geen urenbeperking was vastgesteld. Zij overhandigde medische en arbeidsdeskundige rapporten ter onderbouwing. De verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerden echter dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct was vastgesteld en dat geen medische grond bestond voor een urenbeperking.
De arbeidsdeskundige stelde passende functies vast, waaronder boekhouder en productie medewerker, die volgens de rechtbank ondanks enkele signaleringen geschikt zijn. De rechtbank vond de motivering van de arbeidsdeskundige b&b toereikend en oordeelde dat eiseres met deze functies een inkomen kan verwerven dat leidt tot een verdiencapaciteitsverlies van 34,3%, waardoor de WGA-uitkering terecht is beëindigd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard.