Eiseres vordert dat de bank aansprakelijk wordt gesteld voor een hypothecaire restschuld die is ontstaan na verkoop van haar woning. Zij stelt dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor het risico van een restschuld en door overkreditering. Tevens beroept zij zich subsidiair op wijziging van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden.
De rechtbank overweegt dat de bank als kredietverstrekker en hypotheekadviseur een zorgplicht heeft, maar dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van overkreditering of dat de bank niet adequaat heeft gewaarschuwd. De woning is verkocht met een waardedaling van circa 5-8%, een marktfluctuatie die partijen bij het aangaan van de overeenkomst hadden voorzien. De door eiseres aangevoerde macro-economische crisis en het risico daarop behoefden geen bijzondere waarschuwing.
Het beroep op onvoorziene omstandigheden wordt verworpen omdat de risico's van een restschuld en een mogelijke verkoop bij scheiding bekend waren. De bank kan de volledige restschuld vorderen, aangezien het niet betalen daarvan niet aan de bank kan worden toegerekend. De vorderingen van eiseres worden afgewezen, terwijl de bank haar vordering tot betaling van de restschuld wordt toegewezen.