ECLI:NL:RBDHA:2016:6098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ongeldige intrekking bezwaar inkomstenbelasting 2013
De inspecteur van de Belastingdienst legde aan de erven van persoon A een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2013 op. De dochter van de overledene, eiseres, maakte bezwaar tegen deze aanslag. De inspecteur stelde dat het bezwaar was ingetrokken na een telefonisch gesprek met de echtgenoot van eiseres, waarna hij het beroep niet-ontvankelijk achtte.
Eiseres betoogde dat zij en haar echtgenoot niet ervaren waren op belastinggebied en dat het telefonisch contact geen geldige intrekking van het bezwaar vormde. De rechtbank oordeelde dat een bezwaar alleen schriftelijk of mondeling tijdens een hoorzitting kan worden ingetrokken door de indiener zelf. Het telefoongesprek met de echtgenoot was geen hoorzitting en de echtgenoot was niet gemachtigd om namens eiseres op te treden. Daarom was er geen rechtsgeldige intrekking van het bezwaar.
De rechtbank kwalificeerde de brief van de inspecteur als een schriftelijke weigering waartegen beroep mogelijk is en verklaarde het beroep gegrond. De inspecteur werd opgedragen binnen zes weken alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de inspecteur wordt opgedragen alsnog te beslissen op het bezwaar.