Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het verzoekschrift, met producties, bij de rechtbank binnengekomen op 14 oktober 2015,
- het verweerschrift,
- de brief van mr. Baggerman van 23 mei 2016.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster was betrokken bij twee verkeersongevallen in 2012, waarbij zij letsel opliep met diverse klachten en volledige arbeidsongeschiktheid tot gevolg. Delta Lloyd erkende aansprakelijkheid en heeft een schadevergoeding van in totaal €218.500 uitgekeerd, inclusief smartengeld en begeleiding.
Verzoekster verzocht de rechtbank om in een deelgeschil te bepalen dat haar klachten in causaal verband staan met de ongevallen, en Delta Lloyd te verplichten mee te werken aan een deskundigenonderzoek. Delta Lloyd betwistte dat het verzoek zich leent voor een deelgeschilprocedure, omdat de onderhandelingen met een slotbetaling waren beëindigd en verzoekster onvoldoende onderbouwing gaf voor een hogere schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek zich niet leent voor behandeling in een deelgeschil, mede omdat er al een aanzienlijk bedrag is uitgekeerd en verzoekster geen concrete onderbouwing gaf van hogere schade. Ook werd meegewogen dat mediation niet tot een regeling leidde en dat een andere verzekeraar niet in het deelgeschil was betrokken.
Hoewel het verzoek werd afgewezen, werd vastgesteld dat de procedure niet volstrekt onnodig was ingesteld, waarna de kosten van de deelgeschilprocedure werden begroot op €4.217,50. De veroordeling tot betaling van deze kosten door Delta Lloyd werd afgewezen, omdat pas bij een hogere schadevergoeding vaststaat dat zij de kosten moet dragen.
Uitkomst: Verzoek tot deelgeschilprocedure afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en reeds uitgekeerde schade; kostenprocedure begroot maar niet toegewezen.