Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 16 mei 2014 ingekomen verzoek van:
[verzoekster]
[verweerder]
,
Procedure
Beoordeling
Beslissing
(vader)
(moeder)
15 november 2016 pro forma.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot erkenning van de nietigheid van het huwelijk tussen partijen, uitgesproken door een Keniaanse rechtbank, en de gevolgen daarvan voor het juridisch vaderschap, gezag, hoofdverblijfplaats en omgangsregeling van de minderjarige kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de Keniaanse uitspraak van 27 juni 2014, waarin het huwelijk nietig werd verklaard, in Nederland voor erkenning vatbaar is. Ondanks de nietigheid van het huwelijk kan de man als juridische vader worden aangemerkt op basis van islamitisch recht en zijn goede trouw ten tijde van de conceptie en geboorte van de kinderen. Partijen oefenden gezamenlijk gezag uit over de minderjarigen, hetgeen de rechtbank bevestigde.
De rechtbank hield verdere beslissingen over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de contactregeling aan in afwachting van een traject bij het omgangshuis Ouderschap Blijft, dat begeleide contacten en communicatie tussen partijen moet bevorderen. Partijen werden verplicht zich te melden bij het Expertisecentrum Haaglanden en deel te nemen aan dit traject. De reeds gemaakte afspraken over kinderalimentatie werden vastgelegd en goedgekeurd.
De rechtbank nam ook de rapporten van het Internationaal Juridisch Instituut en de Raad voor de Kinderbescherming mee in haar overwegingen, waarbij werd vastgesteld dat de huidige situatie van de minderjarigen geen directe bedreiging vormt, maar dat de communicatie tussen ouders problematisch is. De proceskostenbeslissing werd aangehouden tot een later moment.
Uitkomst: Rechtbank erkent nietigheid huwelijk volgens Keniaanse uitspraak en bevestigt gezamenlijk gezag met verwijzing naar omgangshuis voor begeleiding.