ECLI:NL:RBDHA:2016:6466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Steenhuis
- M.L. Ruiter
- M. Enthoven
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs feitelijk leidinggeven bij bedrieglijke bankbreuk
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van bedrieglijke bankbreuk en witwassen in verband met faillissementen van drie vennootschappen. De tenlastelegging betrof onder meer onttrekkingen van geldbedragen en goederen aan de faillissementsboedel en bevoordeling van schuldeisers.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte zich eind 2006 of begin 2007 had teruggetrokken uit de vennootschappen en pas vanaf april 2007 weer betrokken was bij pogingen tot overname, die niet doorgingen. De rechtbank stelde vast dat verdachte op de data van de tenlastegelegde gedragingen geen formele betrokkenheid meer had en onvoldoende bewijs bestond voor feitelijk leidinggeven.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet actief en effectief leiding had gegeven, geen beleid voerde dat leidde tot verboden gedragingen, en dat zijn rol bij aankoop en verkoop van goederen niet kwalificeerde als feitelijk leidinggeven. Ook was onvoldoende bewijs dat verdachte wist dat een Mercedes SL500 afkomstig was uit een misdrijf.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het verzoek om een getuige te horen werd afgewezen wegens het ontbreken van een belang bij de verdediging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk en witwassen.