Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 29 april 2016 ingekomen verzoek van:
[verzoeker],
[verweerster]
Procedure
Verzoek en verweer
Feiten
de moeder.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van zijn minderjarige kind vanuit Nederland naar de Verenigde Arabische Emiraten, gebaseerd op het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De moeder had de minderjarige zonder toestemming van de vader meegenomen naar Nederland en weigerde terug te keren. De rechtbank stelde vast dat de vader het gezag over het kind uitoefent en dat de minderjarige ongeoorloofd in Nederland verbleef.
De minderjarige werd in raadkamer gehoord en gaf aan niet terug te willen keren vanwege angst voor mishandeling door de vader en vanwege zijn bekering tot het Christendom. De rechtbank oordeelde dat het verzet authentiek was en dat de minderjarige voldoende rijp was om zijn mening te vormen, waardoor toepassing van artikel 13 lid 2 van Pro het Verdrag tot weigering van teruggeleiding gerechtvaardigd was.
De rechtbank wees het verzoek tot teruggeleiding af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Het vonnis kan in hoger beroep worden aangevochten bij het Gerechtshof Den Haag binnen twee weken na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar de Verenigde Arabische Emiraten wordt afgewezen vanwege het verzet en de rijpheid van het kind.