ECLI:NL:RBDHA:2016:6598
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel wegens verantwoordelijkheid Bulgarije onder Dublinverordening
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar verweerder nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij minderjarig is en dat de omstandigheden in Bulgarije, waaronder detentie en opvang, ontoereikend zijn, en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van eisers meerderjarigheid, gezien het proces-verbaal en registratie in Bulgarije. Verder is vastgesteld dat Bulgarije expliciet heeft ingestemd met de terugname van eiser en dat het asielverzoek in Bulgarije zal worden voortgezet. De rechtbank vond onvoldoende aanwijzingen dat eiser zal worden gedetineerd of geen toegang zal hebben tot opvang en rechtsbijstand.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verwees naar jurisprudentie waarin is geoordeeld dat de omstandigheden in Bulgarije niet zodanig zijn dat Nederland de verantwoordelijkheid moet overnemen. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.