ECLI:NL:RBDHA:2016:6699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag bijzondere bekostiging eerste opvang vreemdelingen wegens onterecht te late indiening
Eiseres, het bevoegd gezag van meerdere scholen, diende een aanvraag in voor bijzondere bekostiging van de eerste opvang van vreemdelingen voor de periode april tot en met juli 2015. Deze aanvraag werd door verweerder, de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, afgewezen omdat deze te laat was ingediend. Verweerder stelde dat de termijn van vier weken na de peildatum een fatale termijn betrof, waardoor geen belangenafweging mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat uit de regeling niet ondubbelzinnig blijkt dat het om een fatale termijn gaat, en dat het dwingende karakter van de termijn niet automatisch betekent dat overschrijding leidt tot afwijzing. De rechtbank verwees naar eerdere regelingen waarin expliciet werd vermeld dat een termijnoverschrijding verschoonbaar moest zijn om in behandeling te worden genomen, iets wat in de huidige regeling ontbreekt.
Gezien de ernst van de financiële gevolgen van afwijzing en het ontbreken van een expliciete fatale termijn, achtte de rechtbank de afwijzing onterecht. De rechtbank vond de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig in verhouding tot het doel van de regeling. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, waarbij ook de gevolgen van de te late indiening kunnen worden betrokken.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.