ECLI:NL:RBDHA:2016:6873
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende vergoeding onderwijskosten internationale school voor kinderen ambtenaar op detacheringsbasis
Eiser, een ambtenaar op detacheringsbasis in het buitenland, verzocht de minister van Binnenlandse Zaken om een aanvullende vergoeding voor de extra kosten van internationaal onderwijs voor zijn twee dochters. Dit verzoek werd afgewezen omdat de regeling Voorzieningenstelsel Uitzendingen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VUBZK) een maximale vergoeding tot de kosten van een Nederlandse school voorschrijft.
Eiser voerde aan dat de hardheidsclausule van de regeling toegepast moest worden vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de hoogbegaafdheid van zijn dochters en de noodzaak dat zij samen naar dezelfde school gingen. De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zijn beoordelingsruimte redelijk heeft gehandeld en dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de regeling rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukte dat de regeling duidelijk is en dat eiser de consequenties van zijn keuze om zijn gezin direct te laten overkomen kende. Alternatieven zoals thuisonderwijs voor de jongste dochter tot het nieuwe schooljaar waren mogelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot aanvullende vergoeding van internationale onderwijskosten is ongegrond verklaard.