Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[C],
1.De procedure
2.De feiten
€ 50.000,- afstand gedaan van een aan haar door [D] verleende (tweede of derde) hypotheek, alsmede het op 19 mei 2010 gelegde beslag opgeheven.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen [A], houdster van kwekersrechten op diverse Amaryllis- en Hippeastrumrassen, en [B], een bloementeler die bloembollen teelde en verkocht. [A] stelde dat [B] inbreuk maakte op haar kwekersrechten door het voortzetten van de teelt en verkoop van bloembollen zonder licentie, nadat de licentieovereenkomst met [D], de oorspronkelijke teler, was beëindigd.
De rechtbank stelde vast dat [A] haar vorderingen baseerde op het kwekersrecht, dat zich richt op het teeltmateriaal van beschermde rassen. Hoewel [B] bloembollen van de beschermde rassen via een derde had verkocht, was onvoldoende bewijs geleverd dat [B] teeltmateriaal had voortgebracht, vermeerderd of onrechtmatig had gebruikt. De bloembollen waren verkocht voor de consumentenmarkt en niet voor vermeerdering.
De rechtbank verwierp ook het beroep van [A] op artikel 57 lid 4 ZPW Pro en artikel 13 lid 3 GKVo Pro, omdat [B] geen ongeoorloofde handelingen had verricht met betrekking tot het teeltmateriaal. Tevens had [A] voldoende mogelijkheden gehad om haar rechten uit te oefenen, onder meer door conservatoir beslag.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van [A] tegen [B] en [C] af en veroordeelde [A] in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het kwekersrecht niet ziet op bloembollen verkocht voor de consumentenmarkt, maar primair op teeltmateriaal.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af wegens ontbreken van inbreuk op het kwekersrecht.