ECLI:NL:RBDHA:2016:744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2016
Publicatiedatum
27 januari 2016
Zaaknummer
C/09/502606 / FA RK 15-10098
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.M. Boon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Wet BopzArt. 5 lid 1 Wet Bopz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis wegens complexe PTSS

Betrokkene verblijft sinds december 2015 in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van een rechterlijke machtiging. De officier van justitie verzocht om verlenging van deze machtiging. Betrokkene verzette zich, stellende dat zij niet de juiste behandeling ontvangt en dat ambulante zorg volstaat. Haar advocaat voerde aan dat er geen gevaar is en dat er een signaleringsplan bestaat.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS) en dat zij door haar aandoening een gevaar vormt voor zichzelf en de openbare veiligheid. Dit blijkt onder meer uit politieverslagen en een petitie van buurtbewoners over haar verwarde en agressieve gedrag.

De rechtbank oordeelde dat het gevaar niet buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, mede omdat een ambulant traject niet haalbaar is gezien de wisselvalligheid van haar toestand. De voorlopige machtiging werd daarom toegekend voor een periode van maximaal zes maanden, ingaande de dag na de beschikking.

Uitkomst: De rechtbank verleent de voorlopige machtiging voor voortgezet verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis voor maximaal zes maanden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 15-10098
Zaaknummer: C/09/502606
Datum beschikking: 14 januari 2016
P- nummer: 1010484

Voorlopige machtiging

Beschikking op het op 29 december 2015 ingekomen verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Den Haag, met betrekking tot:

[betrokkene] ,

de betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1973 in Suriname, [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende in het psychiatrisch ziekenhuis [verblijfplaats]
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.

Procedure

Bij het verzoekschrift zijn de volgende stukken – voor zover van belang – overgelegd:
  • de op 18 december 2015 ondertekende en met redenen omklede verklaring van [naam 1] als geneesheer-directeur van het genoemde ziekenhuis;
  • alsmede een afschrift van het behandelingsplan en een afschrift van de aantekeningen omtrent de geestelijke en lichamelijke toestand van de betrokkene en de op haar toegepaste behandeling en de effecten ervan.
De rechtbank heeft de betrokkene op 14 januari 2016 gehoord. De betrokkene werd bijgestaan door haar advocaat.
Verder zijn ter terechtzitting verschenen:
- de behandelend psychiater [naam 2] ,
- de behandelend arts [naam 3] ,
- de verpleegkundige [naam 4]
- de moeder van de betrokkene.

Feiten

Betrokkene verblijft in het psychiatrisch ziekenhuis [verblijfplaats]
krachtens een met rechterlijke machtiging d.d.
14 december 2015 voortgezette inbewaringstelling.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen voortduren van het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, van de betrokkene.
De betrokkene heeft ter zitting verweer gevoerd. Zij heeft verklaard dat zij niet langer in het psychiatrisch ziekenhuis wil blijven omdat zij niet de behandeling krijgt die bij een complexe PTTS hoort. De betrokkene wil de cursus ”Vroeger en Verder” volgens, maar meent dat dit ook op ambulante basis kan. Haar advocaat voegt hieraan toe dat het verzoek dient te worden afgewezen omdat de geneeskundige verklaring is
door psychiater [naam 5] die volgens betrokkene bij haar behandeling betrokken is geweest. Daarnaast is er geen sprake van gevaar en zijn er alternatieven om het gevaar, zo hier al sprake van is, af te wenden. In toelichting hierop heeft de advocaat verklaard dat er een signaleringsplan is waar de betrokkene zich aan houdt Betrokkene heeft ziekte-inzicht en ziektebesef Subsidiair heeft de advocaat verzocht om indien de rechtbank onverhoopt toch tot het oordeel komt dat de voorlopige machtiging nodig is deze in duur te bekorten.

Beoordeling

Op het verzoek is van toepassing artikel 31 van Pro de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz).
De rechtbank stelt voorop dat de verzochte machtiging slechts kan worden verleend indien een stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar doet veroorzaken en het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis, kan worden afgewend.
De geneeskundige verklaring voldoet aan de vereisten als bedoeld in artikel 5 lid 1 Wet Pro BOPZ. Ter zitting heeft de arts toegelicht dat psychiater [naam 5] in het kader van de weekenddienst de betrokkene eenmaal heeft gezien in het kader van toediening noodmedicatie. Gelet op de aard en de zeer beperkte intensiviteit van dit contact is de rechtbank van oordeel dat dr. [naam 5] dient te worden aangemerkt als een niet bij de behandeling van de betrokkene betrokken psychiater.
De rechtbank is van oordeel dat er bij de betrokkene sprake is van een stoornis van de geestesvermogens als bedoeld in de Wet Bopz. De betrokkene is gediagnosticeerd met een complexe PTTS.
De rechtbank is voorts van oordeel dat het hiervoor genoemde gevaar zich voordoet. De betrokkene levert door haar ziekte een gevaar op voor zichzelf en voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Door het steeds weer opvlammen van het toestandsbeeld van de betrokkene veroorzaakt zij veel overlast in de buurt. Over deze overlast bevinden zich meerdere politiemutaties in het dossier, alsmede een petitie van de buurtbewoners. Uit deze stukken volgt dat de betrokkene met grote regelmaat in verwarde toestand op straat vertoeft, opstandig is en dreigementen uit. Hierdoor is betrokkene niet alleen een gevaar voor anderen maar roept zij door haar handelwijze ook de agressie van anderen jegens zichzelf op.
De rechtbank is tevens van oordeel dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Ondanks dat de betrokkene bezig is met van alles te regelen, is het haar tot op heden niet gelukt om een adequate behandeling voor haar psychische problematiek van de grond te krijgen. Naar de arts ter zitting naar voren heeft gebracht blijkt dat toestand van betrokkene zo wisselvallig dat een ambulant traject in de praktijk niet mogelijk blijkt. Gelet hierop heeft de rechtbank er dan ook onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene hiertoe wel zelfstandig in staat zal zijn tijdens haar verblijf bij haar moeder.
De rechtbank ziet geen aanleiding, om zoals door de advocaat is verzocht, de rechterlijke machtiging in duur te bekorten nu onvoldoende aanknopingspunten aanwezig zijn waaruit volgt dat reeds nu duidelijk is dat de machtiging niet voor de hele duur noodzakelijk zal zijn.

Beslissing

De rechtbank:
verleent voorlopige machtiging tot het doen voortduren van het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1973 in Suriname, [geboorteplaats] ,
tot en met 4 juli 2016.
(voorlopige machtiging gaat in op de dagnade datum van de beschikking, voor de duur van ten hoogste zes maanden, zie Termijnennotitie)
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boon, rechter, bijgestaan door P.A. Kok als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2016.