ECLI:NL:RBDHA:2016:7489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens civielrechtelijke aansprakelijkheidsstelling bij bouw binnen milieucirkel
Eiser stelde verweerder aansprakelijk voor schade van €300.000,- door bouw van woningen binnen een milieucirkel van 50 meter en de onrechtmatige aanleg van een watergang. Verweerder kwalificeerde de brief van eiser als civielrechtelijke aansprakelijkheidsstelling en wees erop dat een zuiver schadebesluit aangevraagd moest worden.
De rechtbank stelde vast dat het relevante besluit dateert van vóór 1 juli 2013, waardoor het overgangsrecht van toepassing is. De kernvraag was of de brief van eiser een civielrechtelijke aansprakelijkheidsstelling betrof of een verzoek tot een zelfstandig schadebesluit. Uit jurisprudentie volgt dat dit afhangt van de intentie en bewoordingen van de brief.
De rechtbank oordeelde dat eiser in zijn brief herhaaldelijk civielrechtelijke termen gebruikte en niet verwees naar een schadeveroorzakend besluit, maar naar feitelijk handelen. Dit maakt het verzoek civielrechtelijk van aard. Daarom kon verweerder de brief als aansprakelijkheidsstelling aanmerken en was het beroep ongegrond.
Ook het bezwaar van eiser tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar werd afgewezen omdat de brief van verweerder geen besluit was. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter Cozijn op 4 juli 2016.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de brief van eiser als civielrechtelijke aansprakelijkheidsstelling is aangemerkt.