ECLI:NL:RBDHA:2016:7532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.G.J. Dop
- B. Meijer
- H.T. Wagenaar
- Rechtspraak.nl
Vaststelling invaliditeitspercentage militair met PTSS na herbeoordeling volgens PTSS Protocol
Eiser, een gewezen korporaal van de Koninklijke Marine, diende een verzoek in tot toekenning van een militair invaliditeitspensioen (mip) wegens PTSS na uitzending naar Cambodja. Na diverse medische beoordelingen werd het invaliditeitspercentage aanvankelijk vastgesteld op 70%, maar later verlaagd tot 40,83% op basis van het PTSS Protocol. Eiser betwistte deze verlaging en stelde dat zijn invaliditeit werd onderschat.
De rechtbank beoordeelde de geldigheid van het PTSS Protocol en het overgangsrecht zoals neergelegd in de ministeriële regeling. De rechtbank volgde eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en oordeelde dat het protocol als nadere invulling van de WPC-schaal rechtsgeldig is en dat het overgangsrecht niet onredelijk is toegepast. De rechtbank stelde vast dat eiser niet in een zodanig gevestigde positie verkeerde dat het oorspronkelijke hogere percentage gehandhaafd moest blijven.
De rechtbank beoordeelde gedetailleerd de scores per sub-rubriek van het PTSS Protocol en stelde vast dat enkele scores, zoals die voor slapen en seksuele functie, ondergewaardeerd waren. Op basis van deze herbeoordeling stelde de rechtbank het invaliditeitspercentage per 1 december 2011 vast op 50%. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank stelt het invaliditeitspercentage vast op 50% per 1 december 2011 en verklaart het beroep gegrond.