ECLI:NL:RBDHA:2016:7920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijke feitelijke gezinsband pleegkind
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als pleegkind van een referent. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde stukken en verklaringen onvoldoende zijn om de gezinsband te bevestigen. De referent kon zich tijdens het eerste gehoor de voornaam van eiser niet herinneren, en er ontbraken essentiële documenten zoals een toestemmingsverklaring van de biologische vader. Bovendien waren er tegenstrijdigheden in de verklaringen over de verblijfplaatsen van de kinderen.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om bij het verkrijgen van aanvullende documenten opnieuw een aanvraag in te dienen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het niet aannemelijk maken van de feitelijke gezinsband.