ECLI:NL:RBDHA:2016:7922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag voortgezet verblijf na intrekking verblijfsvergunning bij partner
Eiseres, samen met haar minderjarige kinderen, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot intrekking van hun verblijfsvergunningen, nadat haar relatie met haar partner definitief was verbroken.
De rechtbank stelt vast dat eiseres en haar kinderen niet voldoen aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf op humanitaire gronden, omdat zij niet gedurende een aaneengesloten periode van vijf jaar een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid hebben gehad. Tevens is geen sprake van onevenredige hardheid of schending van artikel 8 EVRM Pro, mede omdat de stellingen over psychische mishandeling niet met objectief bewijs zijn onderbouwd.
De rechtbank overweegt dat het privéleven van eiseres en haar kinderen in Nederland niet zodanig is ontwikkeld dat het verblijf hier beschermd moet worden, mede gezien hun oorspronkelijke verblijf in Thailand. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard.