ECLI:NL:RBDHA:2016:7998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening Duitsland
Eisers, van Armeense nationaliteit en mede namens hun minderjarige kinderen, dienden op 7 december 2015 asielaanvragen in die niet in behandeling werden genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege het ontbreken van gefinancierde rechtsbijstand in Duitsland, risico op vreemdelingenbewaring en onvoldoende opvang en medische zorg voor hun jonge dochter. Zij verwezen naar rapporten van het Europees Parlement en AIDA.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland een onafhankelijke rechter heeft die beoordeelt of beroepen kansrijk zijn, en dat het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand niet leidt tot willekeur. Er was geen bewijs dat geschikte opvang of medische zorg ontbrak, noch dat aanvullende garanties nodig waren. De verantwoordelijkheid voor behandeling en klachten ligt bij Duitsland.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen de uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.