ECLI:NL:RBDHA:2016:8229
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen gedragsaanwijzing wegens onvoldoende bewijs ernstig belastend gedrag
Verdachte was door de officier van justitie een gedragsaanwijzing opgelegd die hem verbood zich binnen een straal van 100 meter van een bepaald adres te bevinden vanwege vernieling van ruiten van de woning van een persoon met wie een conflict zou zijn. Verdachte maakte hiertegen beroep bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank heeft het proces-verbaal en justitiële documentatie bestudeerd en constateerde dat verdachte niet aanwezig was bij de raadkamerzitting, maar zijn raadsman wel. De raadsman voerde aan dat het handelen van verdachte niet viel onder de toepassingsgrond van artikel 509hh Sv en dat er geen ernstige verstoring van de levenssfeer was. Ook was er geen conflict met de persoon aan wie het locatieverbod was opgelegd.
De officier van justitie stelde dat er sprake was van belastend gedrag en vrees voor herhaling vanwege vernieling en een langdurig familieconflict. De rechtbank oordeelde dat hoewel er ernstige bezwaren zijn voor vernieling, onvoldoende is komen vast te staan dat er vrees is voor ernstig belastend gedrag jegens personen. De aard en omvang van het familieconflict waren onduidelijk en verdachte was niet eerder veroordeeld voor vernieling of betrokken bij familieproblemen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de gedragsaanwijzing opgeheven.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedragsaanwijzing wordt gegrond verklaard en de gedragsaanwijzing opgeheven.