ECLI:NL:RBDHA:2016:8229

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juli 2016
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
16/3008
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509hh Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring beroep tegen gedragsaanwijzing wegens onvoldoende bewijs ernstig belastend gedrag

Verdachte was door de officier van justitie een gedragsaanwijzing opgelegd die hem verbood zich binnen een straal van 100 meter van een bepaald adres te bevinden vanwege vernieling van ruiten van de woning van een persoon met wie een conflict zou zijn. Verdachte maakte hiertegen beroep bij de rechtbank Den Haag.

De rechtbank heeft het proces-verbaal en justitiële documentatie bestudeerd en constateerde dat verdachte niet aanwezig was bij de raadkamerzitting, maar zijn raadsman wel. De raadsman voerde aan dat het handelen van verdachte niet viel onder de toepassingsgrond van artikel 509hh Sv en dat er geen ernstige verstoring van de levenssfeer was. Ook was er geen conflict met de persoon aan wie het locatieverbod was opgelegd.

De officier van justitie stelde dat er sprake was van belastend gedrag en vrees voor herhaling vanwege vernieling en een langdurig familieconflict. De rechtbank oordeelde dat hoewel er ernstige bezwaren zijn voor vernieling, onvoldoende is komen vast te staan dat er vrees is voor ernstig belastend gedrag jegens personen. De aard en omvang van het familieconflict waren onduidelijk en verdachte was niet eerder veroordeeld voor vernieling of betrokken bij familieproblemen.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de gedragsaanwijzing opgeheven.

Uitkomst: Het beroep tegen de gedragsaanwijzing wordt gegrond verklaard en de gedragsaanwijzing opgeheven.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Parketnummer: 09/095052-16
Kenmerk RK: 16/3008
Beslissing van de rechtbank Den Haag, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het ingestelde beroep ex artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
[adres]
tegen de op 7 mei 2016 door de officier van justitie te Den Haag gegeven gedragsaanwijzing ex artikel 509hh Sv, inhoudende dat verdachte zich met ingang van 7 mei 2016 te 20:00 uur tot en met 4 augustus 2016 te 20:00 uur zich niet zal ophouden binnen een straal van 100 meter rondom het perceel gelegen aan [adres] te Wateringen. Op dit adres woont [naam] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de politie eenheid Den Haag met proces-verbaalnummer PL1500-2016127485 en een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 7 mei 2016.
De rechtbank heeft het beroep op 12 juli 2016 in raadkamer behandeld.
Verdachte is - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - niet in raadkamer verschenen; wel
aanwezig was zijn raadsman, mr. D.M. Penn, advocaat te Maastricht.
De raadsman heeft bepleit dat de gedragsaanwijzing ten onrechte is gegeven, omdat artikel 509hh Sv ziet op andersoortige feiten dan waarvan verdachte thans wordt verdacht. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat het handelen van verdachte niet heeft geleid tot een ernstige verstoring van de levenssfeer personen. Daarbij komt dat verdachte geen conflict heeft met [naam] , maar met [naam] . Verdachte is ook niet eerder vanwege vergelijkbare feiten met justitie in aanraking gekomen. [naam] van verdachte wil niet dat verdachte een locatieverbod heeft en heeft dit onderbouwd met een brief die aan het beroepsschrift is gevoegd. De gedragsaanwijzing levert dan ook een ongeoorloofde inmenging in het gezinsleven van verdachte en [naam] op.
De officier van justitie, mr. M.J. Mos, heeft in raadkamer geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep, nu verdachte belastend gedrag jegens [naam] heeft getoond en de ruiten van haar woning met een paal heeft vernield. Zij heeft betoogd dat gevreesd moet worden voor herhaling, omdat verdachte heeft verklaard dat er een langdurig conflict speelt met zijn familie, hij hierover geen inzicht wil verschaffen en ten tijde van het plegen van het feit onder invloed was van alcohol.

Beoordeling

Als uitgangspunt voor de beoordeling van het beroep geldt dat de rechtbank moet toetsen:
of er ernstige bezwaren bestaan tegen verdachte ter zake van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig is verstoord en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat, dan wel ter zake van een strafbaar feit in verband waarmee de vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag, dan wel in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert;
of de opgelegde gedragsaanwijzing proportioneel is.
De officier van justitie heeft aan de gedragsaanwijzing ten grondslag gelegd dat sprake is van strafbare feiten in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens personen.
Uit voornoemd proces-verbaal blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat er voldoende ernstige bezwaren bestaan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan vernieling van de ramen van de woning van [naam] . Uit het verhoor van de verdachte blijkt dat hij zegt dat er enig conflict binnen de familie gaande is. Hij verklaart verder niets over de aard en omvang van dit conflict en welke familieleden hierbij betrokken zouden zijn. In de aangifte van [naam] (gedaan namens [naam] en de [Bouwvereniging] ) wordt niet gerept van een conflict binnen de familie. Aangever verklaart voorts dat [naam] dit (de rechtbank begrijpt: het vernielen van ramen) normaal niet doet.
Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer blijkt onvoldoende dat naar aanleiding van de verdenking vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens een persoon of personen. De aard en omvang van een mogelijk familieconflict zijn onbekend en onduidelijk is of [naam] van verdachte hierbij betrokken is. Voorts is verdachte niet eerder veroordeeld voor vernieling en is niet gebleken dat verdachte eerder betrokken is geweest bij problemen of incidenten binnen de familie. Onder deze omstandigheden dient het door verdachte ingestelde beroep tegen de gedragsaanwijzing gegrond te worden verklaard.

Beslissing.

De rechtbank:
- verklaart gegrond het door verdachte aangetekende beroep tegen de door de officier van justitie op 7 mei 2016 bevolen gedragsaanwijzing.
Aldus gedaan te Den Haag door mr. A.M. Boogers, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. E.N.A. Wooning, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 juli 2016.