Uitspraak
Rechtbank den haag
,
Rechtbank Den Haag
Eiser is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel wegens brandstichting. Na het uitzitten van de gevangenisstraf en het ondergaan van TBS, heeft eiser meerdere malen betalingsregelingen verzocht voor de schadevergoedingsmaatregel, die grotendeels onbetaald bleef. Eiser verzocht de rechtbank om te bepalen dat de Staat niet mocht overgaan tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis zolang hij een betalingsregeling nakwam. Dit werd aanvankelijk toegewezen, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees de vordering alsnog af.
Eiser diende vervolgens een gratieverzoek in voor de schadevergoedingsmaatregel, dat door de Staat niet in behandeling werd genomen omdat gratie van deze maatregel volgens artikel 558 Sv Pro niet mogelijk is. Eiser stelde dat dit onrechtmatig was en dat de wetgever gratie van deze maatregel wel beoogde, maar de rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen gratie van de schadevergoedingsmaatregel uit te sluiten vanwege het belang van het slachtoffer.
De rechtbank concludeert dat de Staat terecht het gratieverzoek niet in behandeling heeft genomen en dat de vordering van eiser daarom wordt afgewezen. Wel erkent de rechtbank dat de dreiging van vervangende hechtenis een grote psychische druk legt op eiser, maar dit rechtvaardigt geen behandeling van het gratieverzoek. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het gratieverzoek af en bevestigt dat de Staat terecht overgaat tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.