ECLI:NL:RBDHA:2016:8754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara uit Afghanistan wegens ongeloofwaardig relaas
Eiser, een Afghaanse Hazara, vroeg asiel aan na verhuizing van Iran naar Afghanistan en vlucht vanwege vermeende bedreiging door familie van zijn Pashtun-relatie. Hij stelde dat hij en zijn familie werden mishandeld en bedreigd, en dat de Taliban achter hem aan zouden zitten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas over de relatie en de dreiging. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat het verhaal niet strookt met bekende feiten over de Afghaanse samenleving, zoals het onwaarschijnlijke contact tussen een Hazara man en een ongehuwd Pashtun meisje.
Ook de bewering dat de familie van de vriendin samenwerkt met de Taliban werd als vaag en onvoldoende onderbouwd beoordeeld. De rechtbank vond dat de etnische problemen van eiser onvoldoende ernstig waren om asiel te verlenen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de vereisten voor een verblijfsvergunning op grond van het vreemdelingenrecht en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig relaas en onvoldoende individuele vervolgingsgrond.