ECLI:NL:RBDHA:2016:899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor vier feiten, veroordeeld tot jeugddetentie voor poging tot inbraak Albert Heijn
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van meerdere inbraken en pogingen daartoe, voornamelijk gericht op Albert Heijn winkels en een woning in Ridderkerk.
De verdachte werd vrijgesproken van vier van de vijf feiten wegens onvoldoende bewijs, waaronder de inbraken op 25 augustus en 1 september 2015, een poging tot inbraak in een loods in Den Haag en de inbraak in een woning te Ridderkerk. De rechtbank vond dat de signalementen en modus operandi te algemeen waren en dat er geen aanvullend bewijs was om de verdachte aan deze feiten te verbinden.
Voor het feit van 5 september 2015, een poging tot inbraak in Albert Heijn te Leiden waarbij een raam werd verbroken, werd de verdachte wel wettig en overtuigend bewezen schuldig verklaard. De verdachte had dit feit bekend en werd op heterdaad betrapt. Medeplegen werd ook vastgesteld vanwege de nauwe samenwerking met anderen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de recidive van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een problematische opvoedingssituatie en eerdere veroordelingen. Gezien de duur van de voorlopige hechtenis en het feit dat slechts één feit bewezen was, werd een onvoorwaardelijke jeugddetentie van twee maanden opgelegd met volledige aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. De voorlopige hechtenis werd per direct opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden jeugddetentie voor poging tot inbraak met aftrek van voorlopige hechtenis en vrijgesproken van overige feiten.