ECLI:NL:RBDHA:2016:9248
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toetsingsinkomen 2014 bij terugvordering ten onrechte ontvangen WW-uitkering
Eiser ontving in 2014 een totaalbedrag van € 30.399 aan uitkeringen van het UWV, waaronder een Ziektewet-, WW- en WIA-uitkering. Het UWV stelde in december 2014 vast dat de WW-uitkering ten onrechte was toegekend over de periode maart-november 2014 en vorderde het bedrag van € 12.545 terug.
Eiser startte in 2015 met terugbetaling van deze vordering. De Belastingdienst stelde het toetsingsinkomen voor 2014 vast op het totaal van de ontvangen uitkeringen, zonder aftrek van het teruggevorderde bedrag. Eiser stelde dat dit onjuist was omdat het teruggevorderde bedrag in mindering moest worden gebracht.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingsinkomen het inkomensgegeven over het kalenderjaar betreft, waarbij loon wordt geacht te zijn genoten op het moment van betaling. Omdat eiser in 2014 niets had terugbetaald en het bedrag daadwerkelijk was ontvangen, was het toetsingsinkomen terecht vastgesteld op het volledige bedrag. De latere terugbetaling in 2015 beïnvloedt het toetsingsinkomen van 2014 niet.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 5 augustus 2016.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het toetsingsinkomen 2014 wordt bevestigd op het totaal van ontvangen uitkeringen.