ECLI:NL:RBDHA:2016:9559
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering VVP tegen gewijzigd vergoedingenmodel PostNL wegens gebrek aan spoedeisend belang
VVP, een vereniging van postale en bancaire retailers, vordert in kort geding dat PostNL wordt verplicht de vergoedingen te betalen zoals die tot en met juni 2016 golden, in afwachting van een bodemprocedure waarin de vernietigbaarheid van het eenzijdig wijzigingsbeding in de Overeenkomst Postkantoor wordt betwist.
VVP stelt dat het gewijzigde vergoedingenmodel leidt tot een verlaging van 25% tot 40% van de vergoedingen, waardoor de exploitatie van PostNL-postkantoren onrendabel wordt en faillissementsrisico's ontstaan. Tevens wordt betoogd dat het eenzijdig wijzigingsbeding onredelijk bezwarend is en dat PostNL misbruik maakt van haar economische machtspositie.
PostNL betwist de financiële gevolgen en wijst op nieuwe vergoedingen en variabele factoren per retailer. De rechtbank oordeelt dat in kort geding niet kan worden vastgesteld wie gelijk heeft en dat nader feitenonderzoek nodig is. Ook is onvoldoende aannemelijk dat de omzetdaling leidt tot faillissementsgevaar. Bovendien heeft 99% van de retailers het nieuwe model geaccepteerd.
Daarom ontbreekt het spoedeisend belang voor de gevorderde voorziening en wordt de vordering afgewezen. VVP wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van VVP tot handhaving van de oude vergoedingen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.