ECLI:NL:RBDHA:2016:9630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging maatwerkvoorziening individuele begeleiding Wmo 2015
Eiseres, die vanwege lichamelijke beperkingen afhankelijk is van individuele begeleiding, vroeg verlenging van haar maatwerkvoorziening onder de Wmo 2015. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiseres haar beperkingen kan compenseren met mantelzorg van haar ouders en gebruikelijke hulp binnen haar gezin. Eiseres voerde aan dat de mantelzorg een groot deel van de tijd van haar ouders in beslag neemt en dat extra ondersteuning nodig is, onder meer voor praktische zaken en buitenschoolse activiteiten.
De rechtbank overwoog dat gemeenten op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk zijn voor ondersteuning gericht op zelfredzaamheid en participatie, maar dat eerst gekeken moet worden naar de eigen kracht en het sociale netwerk van de cliënt. Volgens de geldende verordening komt een cliënt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als beperkingen niet met eigen kracht, gebruikelijke hulp of mantelzorg kunnen worden verminderd.
De rechtbank stelde vast dat eiseres met behulp van mantelzorg en gebruikelijke hulp haar beperkingen voldoende kan verminderen. De hulp van haar ouders valt onder mantelzorg en gebruikelijke hulp aangezien zij in dezelfde woning wonen. Er is geen bewijs dat de ouders onevenredig zwaar belast worden. Ook het feit dat een familielid via PGB kan worden ingehuurd betekent niet dat er recht is op een PGB zonder eerst te beoordelen of aan de voorwaarden is voldaan.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag maatwerkvoorziening individuele begeleiding is ongegrond verklaard.