ECLI:NL:RBDHA:2016:9727
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot terugbrengen coniferenhaag tot 2,5 meter wegens hinder in burengeschil
In een burengeschil tussen eiser en gedaagde over de hoogte van een coniferenhaag en de aanwezigheid van een beveiligingscamera heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld dat de coniferenhaag onrechtmatige hinder veroorzaakt. De haag, die inmiddels vier meter hoog is, belemmert het licht en uitzicht in de tuin en woning van eiser, wat een donkere en benauwde situatie oplevert. Hoewel gedaagde zich achter de haag veilig voelt vanwege eerdere incidenten, acht de rechtbank een hoogte van 2,5 meter redelijk en voldoende om de belangen van beide partijen te waarborgen.
De rechtbank verwijst naar artikel 5:42 en Pro 5:37 BW en benadrukt dat hinderbeoordeling afhangt van aard, ernst, duur en plaatselijke omstandigheden. De vordering tot verwijdering van de camera wordt afgewezen omdat deze al vijf jaar hangt en er geen spoedeisend belang is. Tevens is vastgesteld dat de camera niet op de tuin van eiser is gericht.
De voorzieningenrechter legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €2.500 om naleving van het vonnis af te dwingen. De kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is direct uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de coniferenhaag terug te snoeien tot 2,5 meter en de vordering tot verwijdering van de camera wordt afgewezen.