ECLI:NL:RBDHA:2016:9838

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2016
Publicatiedatum
19 augustus 2016
Zaaknummer
C/09/511556 / FA RK 16-3916
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 lid 3 EG-Verordening nr. 2201/2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opname vaststellingsovereenkomst ouderlijke verantwoordelijkheid bij internationale kinderontvoering

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot opname van een tussen ouders gesloten vaststellingsovereenkomst in een beschikking over internationale kinderontvoering. Eerder was bij tussenbeschikking de terugkeer van het minderjarige kind naar België gelast.

De ouders hadden tijdens de procedure een spiegelovereenkomst gesloten in cross border mediation, waarin zij afspraken maakten over de ouderlijke verantwoordelijkheid. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was op grond van artikel 12 lid 3 EG Pro-Verordening 2201/2003, omdat het kind een nauwe band met Nederland heeft en beide ouders de Nederlandse rechter bevoegd hadden verklaard.

De rechtbank besloot het verzoek toe te wijzen en nam de vaststellingsovereenkomst, gedateerd 12 juni 2016, op in de beschikking. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee werd de regeling tussen de ouders juridisch bindend gemaakt na de teruggeleiding van het kind.

Uitkomst: De rechtbank nam de vaststellingsovereenkomst over de ouderlijke verantwoordelijkheid op in de beschikking en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 16-3916
Zaaknummer: C/09/511556
Datum beschikking: 4 augustus 2016

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 25 mei 2016 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende te [plaats] (België),
advocaat: mr. A. van Toorn te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
ten tijde van indiening van het verzoekschrift wonende te [plaats] , thans wonende te [plaats] dan wel te [plaats] ,
advocaat: mr. Y.M. Schrevelius te Rotterdam.

Procedure

Bij beschikking van 21 juli 2016 van deze rechtbank is de terugkeer gelast van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , naar België, zulks uiterlijk op 5 augustus 2016. Iedere verdere beslissing is aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst in het geding te brengen.
De rechtbank heeft vervolgens ontvangen:
- een faxbericht d.d. 22 juli 2016 van de zijde van de moeder;
- een faxbericht d.d. 25 juli 2016 van de zijde van de vader;
- een faxbericht d.d. 2 augustus 2016 van de zijde van de moeder.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de orde is thans alleen nog het verzoek van de ouders tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking.
De vaststellingsovereenkomst bevat de door de ouders getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande voornoemde minderjarige.
Opname vaststellingsovereenkomst
Krachtens artikel 12 lid 3 van Pro de EG-Verordening nr. 2201/2003 van 27 november 2003 is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in deze beschikking, nu de minderjarige een nauwe band heeft met Nederland doordat de moeder haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft en de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op het tijdstip waarop het verzoek bij deze rechtbank is ingediend door beide ouders op ondubbelzinnige wijze is aanvaard en door het belang van de minderjarige wordt gerechtvaardigd.
De rechtbank zal Nederlands recht als haar interne recht toepassen. Nu beide ouders de bevoegdheid van deze rechtbank hebben aanvaard, zal de rechtbank het verzoek als op de wet gegrond toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande genoemde minderjarige, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst d.d. 12 juni 2016 en verklaart de beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. I.D. Bellaart, K.M. Braun en M.P. Verloop, tevens kinderrechters, bijgestaan door V. van den Hoed-Koreneef als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2016.