ECLI:NL:RBDHA:2016:9859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag en Dublin-overdracht naar Duitsland zonder strijd met artikel 3 EVRM
Eiser, een Albanese asielzoeker, heeft in Duitsland asiel aangevraagd en vervolgens in Nederland een asielaanvraag ingediend. De Nederlandse staatssecretaris heeft op grond van de Dublinverordening besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en eiser terug te verwijzen naar Duitsland.
Eiser betoogde dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, onder meer vanwege gebreken in de Duitse asielprocedure, de opvang en de detentieomstandigheden, en dat hierdoor artikel 3 EVRM Pro zou worden geschonden. Hij verwees naar rapporten van AIDA en Pro Asyl.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt of dat de overdracht naar Duitsland tot een schending van artikel 3 EVRM Pro zal leiden. De erkenning van Albanië als veilig land van herkomst in Duitsland en Nederland staat dit oordeel niet in de weg.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de Albanese asielzoeker tegen de overdracht naar Duitsland wordt ongegrond verklaard.