Uitspraak
Beschikking op het op 17 februari 2016 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] uit het huwelijk van zijn ouders.
- De ouders van verzoeker verkregen door geboorte de Turkse nationaliteit en zij verkregen het Nederlanderschap bij Koninklijk Besluit van 13 maart 1995.
- Verzoeker verkreeg bij zijn geboorte de Turkse nationaliteit en heeft ingevolge artikel 11, lid 1, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN), zoals dat luidde tot 1 april 2003, gedeeld in de naturalisatie van zijn vader. Hij behield toen zijn Turkse nationaliteit en werd daarmee bipatride.
- In 2006 is verzoeker in Turkije gaan studeren.
- Uit een uittreksel uit het Turkse bevolkingsregister kan worden afgeleid dat verzoeker op 8 maart 2010 afstand heeft gedaan van de Turkse nationaliteit ingevolge artikel 25 van Pro de Wet op het Turks staatsburgerschap.
- Op 10 maart 2011 heeft verzoeker de Turkse nationaliteit herkregen ingevolge artikel 13 van Pro de Wet op het Turks staatsburgerschap.
- Op 20 februari 2012 heeft verzoeker weer afstand gedaan van de Turkse nationaliteit ingevolge artikel 25 van Pro de Wet op het Turks staatsburgerschap.
- Verzoeker heeft op 20 februari 2015 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade te [plaats] , Turkije.
- De Regionale Service Organisatie in Praag heeft bij beschikking van 9 april 2015 geweigerd de aanvraag van verzoeker tot afgifte aan hem van een Nederlands paspoort in behandeling te nemen, stellende dat verzoeker op 10 maart 2011 door het verkrijgen van de Turkse nationaliteit het Nederlanderschap heeft verloren ingevolge artikel 15, lid 1 aanhef en onder a, RWN.
- Verzoeker heeft bij brief d.d. 29 april 2015 bezwaar gemaakt tegen deze beschikking.
- Het bezwaar is bij beslissing van 8 september 2015 van de Minister van Buitenlandse Zaken ongegrond verklaard.