ECLI:NL:RBDHA:2017:10006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over beoordeling afvalligheid als zelfstandig asielmotief in Iraanse asielzaak
Eiser, een Iraanse man, diende een derde asielaanvraag in na twee eerdere aanvragen die niet in behandeling werden genomen vanwege Eurodac-overdracht naar Spanje. Hij stelde dat hij een afvallige, ter dood veroordeelde homoseksueel is die in Nederland en Spanje tot het christendom is bekeerd.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, verleende geen verblijfsvergunning, geen uitstel van vertrek, legde een inreisverbod op en bepaalde onmiddellijke uitzetting. De afvalligheid werd niet als zelfstandig asielmotief beoordeeld, maar alleen binnen de context van seksuele gerichtheid en bekering, die niet geloofwaardig werden geacht.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris na het bestreden besluit een brief aan de Tweede Kamer stuurde waarin afvalligen als risicogroep werden erkend. De rechtbank oordeelt dat de afvalligheid als zelfstandig asielmotief moet worden beoordeeld en dat de staatssecretaris dit niet heeft gedaan, wat in strijd is met de Awb.
De rechtbank geeft de staatssecretaris zes weken de tijd om het gebrek te herstellen door een nieuwe beoordeling of aanvullende motivering. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden en wordt geen uitspraak gedaan over proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de staatssecretaris de afvalligheid van eiser als zelfstandig asielmotief te beoordelen en geeft hem zes weken de gelegenheid het gebrek te herstellen.