ECLI:NL:RBDHA:2017:10715
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens feitelijk leidinggeven aan niet tijdig doen van suppletieaangiften omzetbelasting
Eiseres was enig aandeelhouder en bestuurder van een B.V. die juridische en financiële advisering verzorgde. De B.V. had in de jaren 2010-2012 niet tijdig suppletieaangiften omzetbelasting ingediend, wat leidde tot naheffingsaanslagen en vergrijpboetes.
De inspecteur legde zowel aan de B.V. als aan eiseres, als feitelijk leidinggevende, bestuurlijke boetes op. Eiseres stelde dat de boete onterecht was opgelegd en betwistte onder meer het opzet en de vermeende dubbele bestraffing.
De rechtbank oordeelde dat eiseres inderdaad feitelijk leiding had gegeven aan de verboden gedraging en dat de boete terecht was opgelegd, maar vond de hoogte van de boete niet passend. Gezien de omstandigheden en reeds betaalde bedragen werd de boete verminderd tot €1.000. Andere bezwaren van eiseres werden verworpen, waaronder het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en vermeende procedurele fouten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de nieuwe uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: De bestuurlijke boete aan eiseres wordt verminderd tot €1.000 en het beroep wordt gegrond verklaard.