ECLI:NL:RBDHA:2017:10929
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit
Eiser, een Iraakse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op grond van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen in zijn land van herkomst. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid en de vervolging daarvan in Irak bescherming nodig had. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de homoseksualiteit van eiser niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende gedetailleerd en overtuigend heeft verklaard over zijn bewustwordingsproces en acceptatie van zijn seksuele geaardheid. Ook vond de rechtbank de relatieverklaringen vaag en onwaarschijnlijk, mede omdat eiser geen contact meer had met zijn vermeende partner en de overgelegde dagvaarding waarschijnlijk niet authentiek was.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser geen aannemelijk risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Irak. De brief van het COC Tilburg die eiser overlegde, kwam te laat en bood onvoldoende steun. Daarom oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen verblijfsvergunning kan krijgen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige homoseksualiteit.