ECLI:NL:RBDHA:2017:11040
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek minderjarige Hazara uit Afghanistan wegens ontbreken reëel risico bij terugkeer
Eiser, een minderjarige Hazara uit Afghanistan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na eerdere gedeeltelijke gegrondverklaring van zijn beroep, heeft de rechtbank bij deze uitspraak het beroep alsnog ongegrond verklaard. De kern van het geschil betrof de veiligheid van de reisroute vanuit Kabul naar het woongebied van zijn familie in het district Behsud via de zogenaamde 'death road'.
De rechtbank overwoog dat hoewel de situatie in Afghanistan zorgelijk is, deze niet voldoet aan de criteria van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Daarnaast heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet via veiligere alternatieve routes, zoals een vlucht van Kabul naar Bamyan en vervolgens over land naar Behsud, kan reizen. Diverse rapporten bevestigen dat deze route relatief rustig en veilig is.
Het beroep op individuele omstandigheden, waaronder het ontbreken van een sociaal netwerk en een Zweedse rechterlijke uitspraak, werd eveneens verworpen. De rechtbank stelde dat het ontbreken van een sociaal netwerk geen schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert en dat eerdere uitspraken hierover in rechte vaststaan. Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.