ECLI:NL:RBDHA:2017:11043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens onvoldoende bewijs refugié sur place
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende op 12 november 2015 een asielaanvraag in. Verweerder wees deze af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij alleen de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser als geloofwaardig werden aangemerkt. Eiser voerde aan dat hij in Nederland politiek actief is geworden en daardoor refugié sur place is geworden, verwijzend naar een ambtsbericht over Iran.
Verweerder trok een eerder voornemen in en bracht een nieuw voornemen uit nadat bleek dat de vertalingen van een cruciaal document onjuist waren. De rechtbank oordeelde dat het intrekken van het voornemen bevoegd was en dat er geen sprake was van détournement de pouvoir. Eiser kon niet tijdig zijn zienswijzen als beroepsgronden aanmerken, wat in strijd was met de procesorde.
Ter zitting verklaarde eiser dat hij deelnam aan demonstraties in Nederland die bij de Iraanse autoriteiten bekend zijn. Verweerder stelde echter dat deelname aan één demonstratie en politieke activiteiten in Nederland niet voldoende aannemelijk maken dat eiser in negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten staat.
De rechtbank volgde verweerder en concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij refugié sur place is geworden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.