ECLI:NL:RBDHA:2017:11072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en illegale uitreis uit Iran
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege detentie en dreiging in Iran moest vluchten. Hij legde aan zijn aanvraag een verhaal ten grondslag over arrestatie wegens drugsbezit, detentie en vrijlating onder voorwaarden, waarbij hij zijn broer moest opsporen.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het relaas, met name over de omstandigheden van arrestatie en vrijlating. De rechtbank bevestigde deze beoordeling, stellende dat eiser vaag was over belangrijke details zoals arrestatielocatie, vrijlating en beschuldigingen. Ook vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiser geen documenten meekreeg bij vrijlating.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser geen aannemelijk risico op vervolging of ernstige schade loopt bij terugkeer naar Iran, mede gelet op het ambtsbericht en rapportages over illegale uitreis en militaire dienstplicht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W.M.P. van Alphen en griffier J.A.B. Koens op 25 augustus 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.