Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
heeftgedwongen tot de afgifte van zijn portemonnee (met inhoud), toebehorende aan die [benadeelde 1] , welk geweld bestond uit het:
lagen
n, op de openbare weg, de Noorduinseweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 4] , [benadeelde 5] en [benadeelde 6] , welk geweld bestond uit het meermalen met kracht slaan en/of duwen en/of trappen tegen het hoofd van die [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] en/of het slaan met vuist tegen het gezicht van die [benadeelde 4] .
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf/maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde 4] ,heeft zich ten aanzien van feit 3 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot
€ 3.3336,49, bestaande uit een bedrag ad
€ 251,49aan materiële schade en een bedrag ad
€ 3.085,-aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 251,49, hoewel namens de verdachte betwist, toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat deze schade voldoende is onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde feit.
€ 1.500,-.
€ 1.751,49.
gevorderde wettelijke renteten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade
met ingang van 1 juli 2017is ontstaan.
€ 1.751,49,
vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2017tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [benadeelde 4] .
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
jeugddetentie, groot 30 DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;
2 jarenonder de
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
lokatiegebod
de eerste twee maanden van de proeftijd tussen 21.00 uur en 06.00 uur
[medeverdachte 1], geboren op 27 maart 2001, wonende te
dadelijk uitvoerbaarzijn;
[benadeelde 4], een bedrag van
€ 1.751,49,
vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2017tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,
€ 1.751,49,
vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2017tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het [benadeelde 4] ;
10 dagen;