ECLI:NL:RBDHA:2017:11229
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige relatie en opgelegd inreisverbod
Eiser, een Indiase nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van een relatie met een meisje van een andere religie, die door hun families niet werd geaccepteerd. Hij vreesde gevaar van zijn vader en de broer van zijn vriendin bij terugkeer naar India.
De staatssecretaris achtte de identiteit van eiser geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van zijn relaas over de relatie en de daaruit voortvloeiende problemen. Dit vanwege tegenstrijdige verklaringen, late onthulling van belangrijke feiten, en het feit dat eiser tijdens een gehoor verklaarde zonder problemen terug te kunnen keren en voor vakantie naar Europa was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het relaas ongeloofwaardig vond en dat India als veilig land van herkomst geldt. Het beroep werd ongegrond verklaard. Tevens werd bevestigd dat het opgelegde inreisverbod van vijf jaar was verlaagd naar twee jaar en terecht was opgelegd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod is ongegrond verklaard.