ECLI:NL:RBDHA:2017:11239
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening Portugal
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat de asielprocedure en opvang in Portugal gebrekkig zijn, met slechte leefomstandigheden, gebrek aan medische zorg en onvoldoende toegang tot rechtshulp. Hij verzocht daarom om discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris om zijn aanvraag in Nederland te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Portugal zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De stellingen over indirecte refoulement en slechte opvang werden niet voldoende onderbouwd met bewijs. Ook de medische klachten van eiser werden niet met documenten ondersteund. Het verschil in leefgeld en scholingsmogelijkheden vormde geen reden om het verzoek tot discretionaire behandeling toe te wijzen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot behandeling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.