ECLI:NL:RBDHA:2017:11260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van ongeloofwaardigheid biseksualiteit en afvalligheid
Eiseres, een Iraanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege haar biseksualiteit en afvalligheid van de islam. Zij stelde dat zij gedwongen was uitgehuwelijkt aan een man die haar mishandelde en dat zij vanwege bedreigingen moest vluchten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de verklaringen over haar biseksualiteit en afvalligheid niet geloofwaardig achtte. De rechtbank toetste dit aan de hand van de Werkinstructie 2015/9, die een zorgvuldige beoordeling van seksuele geaardheid vereist.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende overtuigend had toegelicht hoe zij haar seksuele geaardheid bewust was geworden en geaccepteerd had, mede gezien de strenge sociale context in Iran. Ook waren haar verklaringen over relaties en bedreigingen tegenstrijdig en ongeloofwaardig.
Ten aanzien van haar afvalligheid oordeelde de rechtbank dat eiseres onvoldoende interne overtuiging had aangetoond en dat geen aanwijzingen bestonden dat zij vanwege haar geloofsafval problemen had ondervonden van Iraanse autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de biseksualiteit en afvalligheid.