Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2017 in de zaak tussen
[kind 1], [kind 2]en
[kind 3],
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van hun verzoeken op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft onderzocht of de Nederlandse overheid de aanvragen terecht niet aan zich heeft getrokken.
Uit Eurodac-gegevens bleek dat eisers op 11 april 2017 in Portugal een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend. Portugal heeft bevestigd de verantwoordelijkheid op zich te nemen. De rechtbank toetst of het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de medische omstandigheden van eisers aanleiding geven om af te wijken van de overdracht.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Portugal zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of dat de overdracht onevenredige hardheid oplevert, ook niet gezien de medische situatie. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de asielaanvragen blijven buiten behandeling in Nederland.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling.