ECLI:NL:RBDHA:2017:11511
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen broers uit Burundi wegens ongeloofwaardig relaas
Twee broers uit Burundi hebben asiel aangevraagd vanwege vrees voor vervolging door de militie Imbonirakure. Zij stelden dat zij en hun familie werden opgepakt en mishandeld, waarbij hun vader werd gedood. Na ontsnapping naar Rwanda werden zij opnieuw gevangen genomen en ontsnapten.
De staatssecretaris wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond wegens onvoldoende aannemelijkheid. De rechtbank toetste de geloofwaardigheid van het relaas en concludeerde dat de broers hun identiteit en de kern van hun verhaal niet aannemelijk hadden gemaakt. Diverse tegenstrijdigheden en het ontbreken van authentieke documenten speelden hierbij een rol.
De medische omstandigheden van eisers waren niet van dien aard dat hun verklaringen niet konden worden tegengeworpen. Ook het feit dat de stichting iMMO nader onderzoek wilde doen, leidde niet tot het oordeel dat nader onderzoek noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de broers uit Burundi tegen de afwijzing van hun asielaanvragen is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas.