Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
- wijst af het verzoek tot faillietverklaring van [verweerder], voornoemd.
Rechtbank Den Haag
Ocean Project Development B.V. heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot faillietverklaring van een wederpartij, stellende dat deze is opgehouden te betalen. Ocean baseerde haar vordering op een aannemingsovereenkomst waarbij de wederpartij een bedrijfspand zou verbouwen. Volgens Ocean is er sprake van tekortkoming in de nakoming en heeft zij een opeisbare vordering van bijna €30.000, naast aanvullende vorderingen wegens onbetaalde werkzaamheden en schade.
De wederpartij betwistte de vorderingen gemotiveerd, onder meer door te stellen dat betalingen steeds in overeenstemming waren met de voortgang van het werk, die wekelijks werd gecontroleerd en goedgekeurd door Ocean. Ook ontkende hij de geclaimde tekortkomingen zoals verkeerde kalksteenwanden en het niet plaatsen van multiplex platen, waarbij hij stelde dat die laatste werkzaamheden nog moesten plaatsvinden en dat hij uit het project was gehaald voordat die fase werd bereikt.
De rechtbank overwoog dat voor faillietverklaring summierlijk moet blijken dat de aanvrager een vorderingsrecht heeft. Dit houdt in dat na een kort en eenvoudig onderzoek de toestand en vordering duidelijk moeten zijn. Nu tussen partijen een geschil bestaat over de nakoming van de aannemingsovereenkomst en het bestaan van de vordering, is niet aan deze eis voldaan. Dit geschil kan aan de bodemrechter worden voorgelegd, maar niet aan de faillissementsrechter.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af en zag af van verder onderzoek. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, via een advocaat bij het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring is afgewezen omdat niet summierlijk blijkt dat de aanvrager een vorderingsrecht heeft.