ECLI:NL:RBDHA:2017:11704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging schuldsaneringsregeling ondanks nieuwe schulden en proceskostenveroordeling
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot verlenging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, die sinds 3 juli 2014 onder deze regeling viel. De bewindvoerder informeerde de rechtbank over het ontstaan van twee nieuwe schulden: een schuld aan de Belastingsamenwerking Gouwe Rijnmond en een proceskostenveroordeling uit een vonnis van de rechtbank Rotterdam.
Schuldenares erkende de nieuwe schulden, waarbij de schuld aan de Belastingsamenwerking deels was kwijtgescholden en in termijnen afgelost zou worden. Over de proceskostenveroordeling stelde zij dat deze uit de boedel voldaan zou moeten worden omdat zij niet was gewaarschuwd voor het risico, maar de rechtbank oordeelde dat de bewindvoerder niet verplicht is juridisch advies te geven en dat schuldenares dit risico zelf draagt.
Hoewel de rechtbank oordeelde dat het ontstaan van de nieuwe schulden verwijtbaar is, achtte zij de tekortkomingen niet van dien aard om de regeling zonder schone lei te beëindigen. Schuldenares toonde aan de schulden te kunnen aflossen en was bereid dit in termijnen te doen. Daarom verlengde de rechtbank de schuldsaneringsregeling met 24 maanden, met uitzondering van de sollicitatieverplichting, die niet werd verlengd omdat schuldenares hieraan al had voldaan.
De verlenging gaat in op 13 oktober 2017 en loopt tot 13 oktober 2019 of totdat de nieuwe schulden zijn afgelost. Er waren geen bezwaren van schuldeisers tegen de voortzetting van de regeling.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de schuldsaneringsregeling met 24 maanden ondanks verwijtbare nieuwe schulden.